15 augustus, 2018

Turkse jongeren radicaliseren niet

Je hoeft het nieuws maar aan te zetten of je wordt om de oren geslagen met de IS en discussie over jihadstrijders. Zowel in Nederland als in Turkije is het onrustig op straat. Tegelijkertijd verscheen onlangs een onderzoek  van het Wetenschappelijk Onderzoeks- en documentatiecentrum van het ministerie van Veiligheid en Justitie waaruit zou blijken dat Turks-Nederlandse jongeren weinig gevoelig zijn voor radicalisering en criminaliteit. Kortom redenen genoeg voor DSDF om samen met Vereniging DSB een discussieavond te organiseren over radicalisering en criminaliteit.

Zo’n 50 leden van maatschappelijke organisaties, buurtbewoners en jongeren verzamelden zich in de Afrikaanderbuurt om te luisteren naar lezingen en om met elkaar in discussie te gaan over radicalisering en de toekomst van de Turkse jeugd.

Na een welkomstwoord van Nevzat Cingöz, voorzitter van DSDF, en een sketch over vooroordelen bij sollicitatiegesprekken van theatergroep Dildade begonnen de lezingen.

In 2011 verscheen een manifest in de Volkskrant waarin Turks Nederlandse professionals alarm sloegen dat het niet goed zou gaan met de  Turkse jongeren. Twee van de schrijvers van het manifest Aydin Daldal, arbeidsmarktdeskundige en Kadir Tas, directeur Stichting Innovatie Academie kwamen hun manifest toelichten. Turkse jongeren hebben weinig binding met de Nederlandse samenleving, zoeken vaak contact binnen de eigen groep en leven in een isolement. Professor Entzinger constateerde ook al eerder dat Turkse jongeren hun toekomst somber inzien. Vandaar dat ook vele jongeren vertrekken. Het Inspraakorgaan was het eens met het manifest, maar men kon ook rekenen op bedreigingen vanuit de Turkse gemeenschap. Toch bleek in 2011 40% van de Turkse jongeren werkloos, de meeste jongeren gingen naar het VMBO en er was een structurele duurzame werkloosheid.

Turkse jongeren voelen zich niet thuis en zitten in een identiteitscrisis. Er is een toename in het aantal vertrekkende jongeren, maar ook jongeren, die in aanraking komen met justitie. Dit werd bevestigd door een commissielid uit de zaal, die werkt met jongeren in penitentiaire instellingen.

Criminoloog van de Erasmus Universiteit Professor dr. Richard Staring begon zijn lezing met de constatering dat er geen enkel verband is tussen de maatschappelijke positie en het risico op radicalisering of criminaliteit. Hij constateerde eigenlijk dezelfde dingen als de schrijvers van het manifest, maar hij concludeerde dat het eigenlijk best goed gaat met de Turkse jeugd, een kwestie van het glas half vol zien.  Er is geen radicalisering te zien bij Turkse jongeren vanwege een traditie van seculiere Islam en dat er ruimte is binnen de islam-beleving. Er is een zoektocht naar identiteit en religie is zeer zeker belangrijker geworden. Ja, Turken huwen nog vaak met Turken, maar men haalt de partner minder vaak uit het vaderland, maar trouwt met Turken uit Nederland. Er is sociale controle, maar de Turken zijn een heterogene groep ook al zijn ze vaak teruggetrokken en hebben ze vaak het gevoel gediscrimineerd te worden. Maar Turken zijn ook conformistisch, ouderwets en pragmatisch. Ze willen gewoon een goeie baan en een huis kopen.

Op het punt van radicalisering kwam de constatering dat er eigenlijk weinig bekend is over de oorzaken van radicalisering.

Veel Turkse jongeren zetten zich weliswaar af tegen de Nederlandse maatschappij, ze zijn gefrustreerd, maar dit vertaald zich niet naar radicalisering.

Ten tijde van het onderzoek in 2012 was er geen IS, maar nu zijn er spanningen tussen Koerden en Turken en er is geen overzicht wat er bij moskeeën gebeurt. Er is geen onderzoek gedaan naar social media. En Nederland nam toen ook nog geen actief deel aan de missie tegen IS. Maar het conflict vertaald zich wel degelijk vertaald naar de straten in Nederland wordt vanuit de zaal geopperd. Wellicht, omdat Turkse politiek spannender is dan Nederlandse politiek.

Tot slot volgen aanbevelingen vanuit de inleiders hoe de positie van Turkse jongeren verbetert kan worden. Er moet meer geïnvesteerd worden in jongeren, meer dialoog plaatsvinden, ouders moeten meer betrokken zijn bij de beroepskeuzes van hun kinderen, geen anti-radicaliseringsbeleid, maar juist achterstandbeleid en discriminatie en zich niet thuis voelen moet serieus genomen worden.

 

Geef een reactie

You must be logged in to post a comment.

scroll to top